Energielabel E of F? Verplichte renovatie & boetes (Info)

Energielabel E of F voor woningen in België wijst in 2026 op energie-onzuinige gebouwen met hoog verbruik, lagere marktwaarde en een groter risico op renovatieverplichting en boetes in Vlaanderen, zeker wanneer de woning in de slechtste categorie van de EPC-labels valt. In dit artikel lees je welke verplichtingen, risico’s op boetes, kosten, premies en concrete renovatiemaatregelen horen bij een woning met label E of F, en hoe je stap voor stap naar een beter energielabel evolueert met ondersteuning via energiebewustontwerpen.be.


Wat betekent energielabel E of F exact voor je woning in 2026?

Energielabel E of F duidt in 2026 aan dat de energieprestatie van een woning volgens het Energieprestatiecertificaat (EPC) slecht scoort, omdat de woning een hoog energieverbruik per m², veel warmteverlies en verouderde technieken bevat, wat direct leidt tot hoge energiefacturen, lager wooncomfort en een verhoogd risico op verplichte renovatie op middellange termijn.



De volgende tabel geeft een vereenvoudigd beeld van de EPC-labels voor residentiële woningen in Vlaanderen in 2026, waarbij elk label een indicatieve EPC-waarde in kWh/m².jaar weergeeft, zodat eigenaars hun woning kunnen situeren ten opzichte van toekomstige energie- en renovatie-eisen van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).

De globale EPC-labelklassen voor eengezinswoningen zien er ongeveer zo uit.

EPC-label
Indicatieve EPC-waarde (kWh/m².jaar)
Betekenis
A+ / A
≤ 100
Zeer energiezuinig / bijna-energieneutraal
B
101 – 200
Goed geïsoleerd, moderne technieken
C
201 – 300
Gemiddelde energieprestatie
D
301 – 400
Matig, nood aan verbeteringen
E
401 – 500
Slecht, hoge energiekosten
F / G
> 500
Zeer slecht, renovatie dringend

De kenmerken van een woning met EPC-label E of F bestaan doorgaans uit meerdere bouwfysische en technische tekortkomingen, zoals gebrekkige isolatie en verouderde installaties, waardoor het energieverlies groot blijft en de woning moeilijk voldoet aan de Vlaamse en Europese energieambities.

  • Weinig of geen dakisolatie of dakisolatie met lage kwaliteit verhoogt het warmteverlies via het dak en verslechtert de EPC-score aanzienlijk.
  • Ongeïsoleerde buitenmuren of verouderde spouwisolatie veroorzaken hoge transmissieverliezen, waardoor de woning meer energie nodig heeft om op temperatuur te blijven.
  • Enkel glas of oud dubbel glas met slechte U-waarde laat veel warmte ontsnappen via de ramen en drukt het energielabel naar E of F.
  • Verouderde verwarmingsketel (oude gas- of stookolieketel) verbruikt veel primaire energie, wat de EPC-waarde en de CO₂-uitstoot van de woning verhoogt.
  • Lekkende bouwschil met koudebruggen en kieren zorgt voor ongecontroleerde ventilatieverliezen, wat zowel de verwarmingsvraag als het risico op vochtproblemen verhoogt.
  • Onvoldoende of foutieve ventilatie leidt tot slechte binnenluchtkwaliteit en kan bij renovaties botsen met huidige EPB- en ventilatienormen.

De gevolgen van een energielabel E of F voor de bewoner of verhuurder raken zowel de maandelijkse kosten als de vastgoedwaarde, waardoor dit label een duidelijk financieel en regelgevend signaal vormt.

  • Energiekost ligt tot 2 à 4 keer hoger dan bij label B, omdat de woning meer kWh verbruikt voor verwarming en warm water.
  • De marktwaarde daalt en de verkoop- of verhuurtermijn verlengt, omdat kopers en huurders toekomstige renovatiekosten en energieprijzen mee in rekening brengen.
  • De kans stijgt dat de woning in Vlaanderen in de komende jaren onder een renovatieplicht of een renovatiebevel valt, vooral wanneer de woning tot de slechtste EPC-labelcategorieën behoort.

Welke renovatieplicht geldt in 2026 bij energielabel E of F in Vlaanderen?

De renovatieplicht in Vlaanderen in 2026 koppelt energielabel E of F aan concrete verplichtingen voor bepaalde transacties en gebouwtypes, zodat de overheid de slechtst presterende woningen en niet-residentiële gebouwen systematisch naar betere EPC-labels stuurt.

Vlaanderen gebruikt voor energielabel E en F drie belangrijke beleidsinstrumenten: de renovatieverplichting voor residentiële woningen na aankoop, de renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen en bijkomende lokale of thematische trajecten die zich richten op de slechtste EPC-labels.



Hoe werkt de Vlaamse renovatieverplichting na aankoop voor woningen?

De Vlaamse renovatieverplichting na aankoop verplicht kopers die vanaf 1 januari 2023 een woning of appartement met EPC-label E of F verwerven om binnen 5 jaar te renoveren naar minstens EPC-label D, zodat nieuwe eigenaars de energieprestatie effectief verbeteren in plaats van slechte labels door te schuiven.

De regels voor deze renovatieplicht na aankoop in 2026 bepalen expliciet wanneer de verplichting geldt, hoe lang de termijn loopt en hoe de eigenaar naleving moet aantonen, wat belangrijk is voor iedereen die een oudere, energieverslindende woning wil kopen of erven.

  • Toepassing
    • De verplichting geldt voor residentiële gebouwen (woningen en appartementen) met EPC-label E of F.
    • De verplichting treedt in werking bij verkoop, erfpacht of opstal via een notariële akte, omdat deze transacties juridisch duidelijk zijn.
  • Termijn
    • Binnen 5 jaar na de notariële akte moet de eigenaar de woning opwaarderen naar minstens EPC-label D, zodat de renovatie niet onbeperkt wordt uitgesteld.
  • Bewijs
    • De eigenaar moet een nieuw EPC-attest met label D of beter laten opmaken binnen de 5 jaar, zodat het VEKA objectief kan controleren of de renovatieplicht is nageleefd.
  • Sanctie
    • Bij niet-naleving kan het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) een administratieve geldboete opleggen, waardoor het financieel onaantrekkelijk wordt om de renovatieplicht te negeren.

Een concreet voorbeeld verduidelijkt de impact van de renovatieverplichting voor EPC-label F op de planning en het budget van een koper.

  • Wanneer je in 2026 een woning met EPC-label F koopt, valt deze aankoop onder de Vlaamse renovatieplicht na aankoop.
  • Tegen uiterlijk 2031 moet je een nieuw EPC kunnen voorleggen met minstens label D, wat betekent dat je binnen die periode isolatie- en installatiewerken moet uitvoeren.
  • Als je geen EPC met label D of beter kunt tonen, volgt een geldboete van VEKA en kunnen bijkomende verplichtingen of controles opgelegd worden, wat de risico’s voor uitstelgedrag verhoogt.

Geldt er ook een renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen met label E of F?

De renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen in Vlaanderen legt ook voor kantoren, handelszaken, scholen en andere niet-residentiële gebouwen met een slecht EPC concrete eisen op, zodat de volledige gebouwensector, en niet alleen woningen, naar betere energieprestaties evolueert.

Voor niet-residentiële gebouwen met een slecht EPC-label definieert Vlaanderen in 2026 stapsgewijze eisen die meestal tot minimaal EPC-label C of beter leiden, waardoor eigenaars van dergelijke panden rekening moeten houden met investeringen in isolatie en technieken na aankoop of ingrijpende renovatie.

  • Nieuw aangeschafte niet-residentiële gebouwen met een zwak EPC-label moeten binnen vastgelegde termijnen opgetrokken worden naar minstens EPC-label C of beter, zodat hun verbruik en uitstoot dalen.
  • Er gelden stapsgewijze EPB-eisen voor isolatieniveaus, verwarmingssystemen, koelinstallaties en ventilatiesystemen, waardoor eigenaars niet-residentiële renovaties integraal energetisch moeten benaderen.

Voor grote of complexe niet-residentiële gebouwen is begeleiding door een EPB-verslaggever of energiedeskundige type C sterk aangeraden, en via energiebewustontwerpen.be kunnen eigenaars gericht energie-advies en EPB/EPC-expertise inschakelen om kostelijke fouten of onderdimensionering te vermijden.

Zijn er bijkomende gerichte maatregelen voor de slechtste EPC-labels?

Naast de generieke Vlaamse renovatieplicht na aankoop zet Vlaanderen samen met lokale besturen bijkomende gerichte programma’s voor woningen met EPC-label E, F en G in om kwetsbare doelgroepen te ondersteunen en de ergste energieslurpers versneld aan te pakken.

Deze gerichte maatregelen voor de slechtste EPC-labels combineren sociale doelstellingen en klimaatdoelstellingen, omdat woningen met een zeer slechte energieprestatie vaak samenvallen met energiearmoede, lage woonkwaliteit en gezondheidsrisico’s.

  • Doelprogramma’s voor energiearmoede richten zich expliciet op woningen met EPC-label E, F en G, omdat deze panden de hoogste energierekeningen en de slechtste comfortcondities opleveren.
  • Extra premies of renteloze leningen voor wie een grote renovatiesprong moet maken, verlagen de investeringsdrempel voor eigenaars met beperkte financiële middelen.
  • Mogelijke verhuurbeperkingen of strengere huurkwaliteitscontroles voor woningen in erg slechte staat worden op langere termijn ingezet om huurders te beschermen tegen structureel energie-onzuinige woningen.

In 2026 ligt de nadruk van de Vlaamse regelgeving nog vooral op stimulansen en verplichtingen bij transacties van woningen met E of F, maar de beleidsrichting in Vlaanderen en Europa via de Europese EPBD-richtlijn (Energy Performance of Buildings Directive) stuurt naar een geleidelijke uitfasering van de slechtste EPC-labels tussen 2030 en 2040.


Bestaat er in 2026 een verplichte renovatie voor energielabel E of F in Wallonië en Brussel?

In Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelden in 2026 eigen energieprestatiesystemen en renovatieprogramma’s, maar geen identieke renovatieplicht voor energielabel E of F na aankoop zoals in Vlaanderen, waardoor eigenaars andere verplichtingen en ondersteuningsmechanismen moeten volgen.

Deze regionale verschillen in renovatieplicht voor E- en F-woningen betekenen dat eigenaars en investeerders in Wallonië en Brussel vooral met PEB-/EPB-certificaten, strengere energie-eisen bij renovatie en premiesystemen geconfronteerd worden, terwijl Vlaanderen direct een labeldoel oplegt na eigendomsoverdracht.

Hoe pakt Wallonië woningen met energielabel E of F aan?

In Wallonië gebruikt de overheid het PEB-certificaat (Performance Énergétique des Bâtiments) als tegenhanger van het Vlaamse EPC, zodat kopers en huurders ook daar de energieprestatie van woningen en appartementen met label E of F objectief kunnen vergelijken.

De Waalse aanpak voor energie-onzuinige woningen koppelt het PEB-certificaat aan verplichtingen bij transacties en aan premies voor renovatie, met als langetermijndoel om de slechtst presterende gebouwen progressief naar een efficiëntieniveau tegen 2050 te brengen.

  • Een PEB-certificaat is verplicht bij verkoop en verhuring van residentiële gebouwen, zodat de energieprestatie transparant is voor alle betrokken partijen.
  • Wallonië hanteert een ambitie om de slechtst presterende gebouwen tegen 2050 grondig te renoveren, waardoor ook PEB-labels E en F op termijn onder druk komen.
  • Premies via onder meer “Rénovation-énergie” ondersteunen isolatie, ramen, verwarmingssystemen en hernieuwbare energie, wat eigenaars van E- en F-woningen financieel helpt bij renovaties.

Een algemene, automatische renovatieplicht enkel op basis van PEB-label E of F is in 2026 in Wallonië nog niet volledig ingevoerd zoals de Vlaamse renovatieplicht na aankoop, maar eigenaars moeten bij ingrijpende renovaties rekening houden met strengere energie- en isolatienormen.

Hoe werkt het in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werken de autoriteiten met het EPB-/EPC-systeem en het Renovation Wave- en Renolution-programma, om bestaande gebouwen met slechte energielabels zoals E en F versneld te vernieuwen en zo de stedelijke CO₂-uitstoot te verminderen.

De Brusselse aanpak voor energie-onzuinige gebouwen combineert verplichtingen rond certificaten met uitgebreide Renolution-premies, waardoor eigenaars van woningen met energielabel E of F zowel gereguleerd als financieel gestimuleerd worden om in isolatie en technieken te investeren.

  • Een EPC-certificaat is verplicht bij verkoop en verhuur, zodat de energieprestatie van Brusselse woningen en appartementen transparant wordt gemaakt voor de markt.
  • Renolution-premies ondersteunen investeringen in isolatie, ramen, HVAC-technieken, zonnepanelen en warmtepompen, wat vooral voor E- en F-woningen de renovatiekosten verlaagt.
  • De minimale energieprestaties bij renovaties worden in Brussel stapsgewijs verhoogd, waardoor ingrijpende verbouwingen van E- en F-woningen steeds vaker verplicht gepaard gaan met energetische verbeteringen.

Een harde, algemene verplichte renovatie louter op basis van label E of F is in Brussel in 2026 nog niet van kracht zoals in Vlaanderen, maar de verstrenging van EPB-eisen en renovatieprogramma’s verhoogt ook hier de druk op eigenaars van energieverslindende gebouwen.


Welke boetes dreigen in 2026 bij niet-naleving van renovatieplicht voor E- of F-woningen?

De boetes bij niet-renoveren van E- of F-woningen in 2026 richten zich hoofdzakelijk op de Vlaamse renovatieplicht na aankoop en op de naleving van EPB-regelgeving bij nieuwbouw en ingrijpende renovaties, zodat eigenaars financieel worden aangespoord om de wettelijke energie-eisen te respecteren.

Deze administratieve sancties voor energielabel E en F vormen een belangrijk component van het beleidsinstrumentarium van VEKA, naast premies en leningen, omdat boetes het uitstellen van noodzakelijke renovaties minder aantrekkelijk maken dan tijdig investeren.

Welke boetes gelden bij niet naleven van de Vlaamse renovatieverplichting?

De boetes voor eigenaars die de Vlaamse renovatieverplichting na aankoop van een E- of F-woning niet naleven bedragen in 2026 doorgaans enkele duizenden euro’s per dossier, waarbij de hoogte afhangt van de overtredingsgraad en de inspanningen die de eigenaar wel of niet bewezen heeft.

De boeterisico’s voor particuliere eigenaars met label E of F ontstaan zodra de vijfjaarstermijn na aankoop verstrijkt zonder dat een EPC met label D of beter is ingediend, waardoor VEKA de wettelijke mogelijkheid krijgt om te sanctioneren.

  • Een administratieve geldboete door VEKA volgt wanneer de eigenaar na 5 jaar nog steeds geen EPC-label D of beter heeft bereikt, wat aantoont dat de renovatieplicht is genegeerd of onvoldoende werd ingevuld.
  • VEKA kan bijkomende toezichtmaatregelen, zoals een nieuwe termijn en aanvullende controles, opleggen, waardoor het risico op herhaalde sanctionering en administratieve rompslomp toeneemt.

De exacte boetebedragen voor niet-naleving van de renovatieplicht hangen af van de regelgeving op dat moment en van de mate waarin de eigenaar kan aantonen dat hij te goeder trouw renovatiepogingen heeft gedaan, bijvoorbeeld via offertes, lopende werken en bewijs van investeringen.

Hoe verhouden deze boetes zich tot de kost van renovatie?

Bij een typische eengezinswoning met EPC-label F in Vlaanderen liggen de investeringen om naar label D of C te gaan vaak tussen € 25.000 en € 60.000, omdat meerdere onderdelen van de gebouwschil en de verwarmingsinstallatie tegelijk aangepakt moeten worden om een significante labelsprong te realiseren.

De vergelijking tussen boetekost en renovatiekost toont dat de boete zelf lager blijft dan een volledige energetische renovatie, maar dat het combinatie-effect van blijvend hoog verbruik, structureel hogere energiefacturen en waardeverlies van het vastgoed de financiële rationaliteit van uitstel sterk ondergraaft.

  • Noodzakelijke investeringen omvatten doorgaans dak-, muur- en vloerisolatie, omdat deze maatregelen het grootste deel van het warmteverlies beperken en sterk doorwegen in de EPC-score.
  • Vernieuwing van ramen naar hoogrendementsglas, vervanging van een oude ketel door een condensatieketel of warmtepomp en de installatie van adequate ventilatie (systeem C of D) vormen bijkomende kostenposten die de energieprestatie substantieel verbeteren.

Hoewel de boete lager is dan de totale renovatiekost, ligt de energiefactuur bij label F vaak € 1.000–€ 2.000 per jaar hoger dan bij label B, en daalt de marktwaarde van de woning structureel, waardoor renovatie op langere termijn financieel logischer is dan blijven betalen voor verbruik, waardeverlies en boeterisico.

Zijn er lokale boetes of sancties op gemeentelijk niveau?

Sommige Vlaamse gemeenten onderzoeken mogelijkheden om huurwoningen met zeer slechte energieprestaties strenger te reguleren via lokale reglementen en kwaliteitscontroles, zodat huurders beter beschermd worden tegen oncomfortabele en dure woningen met labels als E en F.

Deze lokale sancties en huurkwaliteitscontroles koppelen energieprestatie steeds vaker aan algemene woonkwaliteit, waardoor een EPC-label E of F indirect kan meespelen in beslissingen over de geschiktheid of bewoonbaarheid van een huurwoning.

  • Huurkwaliteitscontroles beoordelen woningen op structurele gebreken, comfort en soms ook energetische aspecten, waardoor erg slechte energieprestaties aan bod komen.
  • Voorwaarden in verhuurvergunningen en lokale reglementen rond ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring kunnen woningen met zeer slechte energie- en comfortprestaties uit de huurmarkt weren.

Deze lokale praktijken leggen de focus vooral op zeer slechte woningen (vaak slechter dan EPC-label F) en op andere kwaliteitscriteria zoals vocht, veiligheid en structurele gebreken, maar een energielabel E of F zal bij zulke beoordelingen steeds zwaarder doorwegen.


Waarom zijn energielabel E en F financieel zo ongunstig voor eigenaars in 2026?

Energielabel E en F zijn in 2026 financieel ongunstig voor eigenaars omdat ze direct leiden tot hoge energiekosten, een lagere woningwaarde, hogere toekomstige renovatiekosten en een groter regelgevend risico, waardoor deze labels zowel op korte als lange termijn een negatieve impact hebben.

De combinatie van structureel hoger verbruik in E- en F-woningen, marktvoorkeur voor energiezuinige panden en aanzwellende regelgeving rond renovatieplicht maakt dat deze energielabels voor eigenaars een duidelijk signaal vormen om renovatie niet langer uit te stellen.

Hoe beïnvloedt een slecht energielabel de energiefactuur?

De energiekosten in een F-woning liggen vaak 2 tot 3 keer hoger dan in een vergelijkbare woning met EPC-label B, omdat de gebouwschil meer warmte verliest en de verwarmingsinstallatie minder efficiënt werkt.

Een benaderende vergelijking per jaar voor een gemiddelde Vlaamse eengezinswoning toont hoe de EPC-labelklasse vertaalt naar geschat energieverbruik en jaarlijkse energiekost bij een eenheidsprijs van 0,25 €/kWh, wat eigenaars helpt om besparingspotentieel in te schatten.

EPC-label
Geschat verbruik verwarming + warm water (kWh/jaar)
Jaarlijkse energiekost bij 0,25 €/kWh
B
± 10.000
± € 2.500
D
± 18.000
± € 4.500
F
± 28.000
± € 7.000

Een renovatie van label F naar label D levert dus al snel € 2.000–€ 2.500 per jaar energiekostenbesparing op, en over een periode van 10 jaar bedraagt de totale besparing circa € 20.000–€ 25.000, exclusief toekomstige energieprijsstijgingen.

Hoe beïnvloedt label E of F de marktwaarde van een woning?

Onderzoek in de Lage Landen toont dat verbetering van het energielabel typisch een waardestijging van enkele procenten per labelsprong oplevert, wat betekent dat woningen met energielabel E of F structureel minder waard zijn dan gelijkaardige woningen met betere EPC-labels.

De impact van energielabel E en F op de marktwaarde komt tot uiting in lagere biedprijzen en langere verkooptijden, omdat kopers de toekomstige renovatieplicht, energiekosten en onzekerheid rond regelgeving in hun financiële berekeningen opnemen.

  • Een woning met EPC-label B verkoopt doorgaans sneller en tegen een hogere prijs dan een vergelijkbaar pand met label E of F, omdat kopers minder toekomstige investeringen verwachten.
  • Investeerders en particuliere kopers houden in 2026 expliciet rekening met het risico op toekomstige renovatieplichten en boetes, waardoor woningen met label E of F minder aantrekkelijk worden.

Indicatief kan een verschil in vraag- of biedprijs tussen een woning van € 300.000 met label B en een vergelijkbare woning met label F oplopen tot € 15.000–€ 45.000, afhankelijk van ligging en marktsituatie, terwijl een sprong van label F naar label C vaak een merkbare waardestijging en betere verkoopbaarheid oplevert.


Welke renovatiemaatregelen verbeteren een energielabel E of F het meest?

De renovatiemaatregelen die energielabel E of F het sterkst verbeteren zijn maatregelen aan de gebouwschil zoals isolatie en aan de verwarmingsinstallatie, omdat deze direct ingrijpen op het warmteverlies en het primaire energieverbruik dat in de EPC-berekening zwaar weegt.

Kleine comfortingrepen zoals schilderwerken of interieurwijzigingen hebben nauwelijks effect op de EPC-score, terwijl structurele maatregelen zoals dakisolatie en ketelvervanging wel voor een volledige labelsprong kunnen zorgen.

Welke isolatiemaatregelen geven de grootste labelsprong?

De isolatiemaatregelen met de grootste impact op EPC-label E of F zijn diegenen die de grootste warmteverliesoppervlakken aanpakken, omdat ze de transmissieverliezen drastisch verlagen en zo de energiebehoefte voor verwarming verminderen.

  1. Dakisolatie
    • Dakisolatie verlaagt warmteverlies via het dak, dat vaak 25–30% van het totale warmteverlies van een woning uitmaakt, waardoor de EPC-waarde sterk daalt.
    • Extra isolatie tot minstens 12–15 cm of beter verlaagt de warmtevraag substantieel en vormt vaak de eerste logische renovatiestap voor E- en F-woningen.
  2. Gevelisolatie / spouwmuurisolatie
    • Gevelisolatie via spouwvulling of buitengevelisolatie beperkt de verliezen via de buitenmuren, die een groot deel van de gebouwschil vormen.
    • Deze maatregel levert vaak een aanzienlijke verbetering in de EPC-score, zeker bij oudere, ongeïsoleerde gevels.
  3. Vloerisolatie / kelderplafondisolatie
    • Vloerisolatie of isolatie van het kelderplafond vermindert warmteverlies naar de grond of kelder, wat zowel comfort als energieverbruik verbetert.
  4. Hoogrendementsglas (HR++ of beter)
    • Het vervangen van enkel glas of oud dubbel glas door HR++-glas vermindert het warmteverlies via ramen en beperkt koudeval, wat zowel EPC als comfort verbetert.

De tabel hieronder geeft voor eengezinswoningen in 2026 indicatieve kostenniveaus en potentiële EPC-labelverbetering per isolatiemaatregel, zodat eigenaars van E- en F-woningen hun renovatiebudget beter kunnen plannen.

Maatregel
Gemiddelde richtprijs (incl. btw)
Mogelijke EPC-labelverbetering
Dakisolatie (100 m²)
€ 4.000 – € 8.000
Tot 1 labelsprong
Spouwmuurisolatie
€ 2.000 – € 4.000
0,5–1 labelsprong
Buitenmuurisolatie
€ 10.000 – € 20.000
1–2 labelsprongen
Vloerisolatie
€ 3.000 – € 6.000
0,5 labelsprong
HR++-glas (20 ramen)
€ 8.000 – € 15.000
0,5–1 labelsprong

Energiebewustontwerpen.be bundelt voor deze isolatiemaatregelen uitgebreide informatie, richtprijzen en premies rond isolatie, ventilatie, EPC, EPB, energieadvies en blowerdoortesten, en laat eigenaars van E- en F-woningen gratis offertes aanvragen bij erkende uitvoerders.

Welke installatietechnieken verbeteren het label het sterkst?

Naast isolatie verbeteren vooral moderne installatietechnieken zoals efficiënte verwarmingssystemen en doordachte ventilatiesystemen het energielabel van E- en F-woningen, omdat ze de primaire energie-input per geleverde warmte-eenheid verlagen.

De grootste installatietechnische winst voor energie-onzuinige woningen komt uit vervanging van verouderde ketels en het integreren van warmtepomptechnologie, eventueel aangevuld met performante ventilatie en warmwateropwekking.

  • Vervanging van een oude ketel door een condensatieketel of een hybride warmtepomp verhoogt het energetisch rendement van de verwarming en verlaagt zo het primaire energieverbruik.
  • Een volledige omschakeling naar een lucht-water of geothermische warmtepomp verlaagt, bij goede isolatie, de EPC-score sterk omdat warmtepompen minder primaire energie nodig hebben per geleverde kWh warmte.
  • Installatie van een warmtepompboiler voor sanitair warm water vermindert het energieverbruik voor douche, bad en keuken in vergelijking met een klassieke elektrische boiler.
  • Een correct ontworpen ventilatiesysteem C of D met goede regeling verbetert de luchtkwaliteit en beperkt warmteverliezen, wat vooral in goed geïsoleerde woningen cruciaal is om condens- en schimmelproblemen te vermijden.

Deze installatietechnieken geven vooral een sterke EPC-verbetering wanneer de gebouwschil reeds degelijk geïsoleerd is, omdat het lagere warmteverlies en het hogere rendementsysteem elkaar dan maximaal versterken.

Helpen zonnepanelen om een slecht label op te krikken?

Zonnepanelen op E- en F-woningen verlagen de elektriciteitsfactuur door eigen stroomproductie, maar in de EPC-methodologie wegen vooral isolatie en verwarmingssysteem zwaarder, waardoor zonnepanelen alleen meestal geen grote labelsprong realiseren.

De rol van zonnepanelen in het opwaarderen van het energielabel blijft belangrijk als onderdeel van een breder pakket, zeker in combinatie met warmtepompen en verbeterde isolatie, omdat de CO₂-voetafdruk en het primair energiegebruik dan sterk dalen.

  • Zonnepanelen verlagen de energiefactuur, omdat een deel van het elektriciteitsverbruik wordt gedekt door eigen productie, wat vooral interessant is bij warmtepompen.
  • In combinatie met een warmtepomp en opgewaardeerde isolatie kan de totale EPC-score wél sterk verbeteren, omdat zowel de vraag als de externe energietoevoer dalen.
  • Een thuisbatterij verhoogt het eigenverbruik van zonne-energie, waardoor meer van de zelfgeproduceerde stroom in de woning gebruikt wordt en minder wordt geïnjecteerd op het net.

Op energiebewustontwerpen.be vinden eigenaars van E- en F-woningen uitgebreide informatie over zonnepanelen en thuisbatterijen, en kunnen zij gratis offertes opvragen om de economische haalbaarheid van PV en opslag in hun renovatieplan te integreren.


Welke premies en steun bestaan er in 2026 voor E- en F-woningen in Vlaanderen?

In Vlaanderen bestaan in 2026 diverse steunmaatregelen voor eigenaars van woningen met energielabel E of F, waarbij de nadruk ligt op investeringen in isolatie, hoogrendementsglas, efficiënte verwarming, ventilatie en hernieuwbare energie om de EPC-score te verbeteren.

Deze Vlaamse premies en financieringsinstrumenten verlagen de netto-investering voor energetische renovaties, zodat eigenaars van E- en F-woningen het financiële risico van een verplichte of vrijwillige renovatie beter kunnen dragen.

Wat zijn de belangrijkste Vlaamse premies in 2026?

De belangrijkste Vlaamse steunkanalen in 2026 voor energetische renovaties zijn Mijn VerbouwPremie, Fluvius-premies en Mijn VerbouwLening, die samen een breed spectrum van bouwdelen en technieken dekken.

  • De Mijn VerbouwPremie ondersteunt dak-, buitenmuur-, vloer- en kelderisolatie, ramen en deuren, verwarming, sanitair en elektriciteit, waarbij de premiehoogte afhangt van de inkomenscategorie, het type gebouw en de uitgevoerde werken.
  • De Fluvius-premies, waar van toepassing, bieden extra steun voor specifieke energie-investeringen zoals warmtepompen, warmtepompboilers en zonneboilers, wat vooral relevant is voor eigenaars die hun oude ketel willen vervangen.
  • De Energie-lening / Mijn VerbouwLening geeft laag- en middeninkomens toegang tot een lening met lage of 0%-rente voor energetische renovaties, waardoor de hoge aanvangsinvesteringen voor E- en F-woningen beter gespreid kunnen worden.

Hoe veranderen de premies naargelang inkomensgroep?

De Vlaamse premies voor energetische renovatie worden in 2026 gedifferentieerd volgens inkomensgroepen, zodat huishoudens met lagere inkomens een groter deel van de factuur gecompenseerd krijgen dan hogere inkomens.

Deze inkomensafhankelijke premiepercentages zorgen ervoor dat eigenaars van E- en F-woningen met beperkte financiële draagkracht relatief meer steun ontvangen, wat belangrijk is om energiearmoede en uitstel van renovatie te voorkomen.

Typische structuur.

Inkomensgroep
Premiepercentage op factuur
Voorbeeld
Laagste inkomens
Tot ± 35–50%
Dakisolatie, ramen, verwarming
Middeninkomens
± 20–35%
Afhankelijk van werk en investering
Hogere inkomens
± 10–20%
Meer beperkt maar nog altijd aanwezig

De exacte premiebedragen en voorwaarden wijzigen jaarlijks, waardoor eigenaars van E- en F-woningen best de officiële gewestelijke websites en het overzicht op energiebewustontwerpen.be raadplegen, waar de laatste premies, voorwaarden en mogelijke combinaties overzichtelijk worden samengevat.

Kunnen federale voordelen of fiscale aftrekken helpen?

Naast de Vlaamse premies bestaan er in België geregeld federale voordelen en fiscale stimuli die energetische renovaties voor E- en F-woningen aantrekkelijker maken, bijvoorbeeld via gunstige behandeling van leningen of aankoopconstructies.

Deze federale en fiscale maatregelen vullen de regionale steun aan en kunnen de totale terugverdientijd van renovatie-investeringen verder verkorten, vooral bij ingrijpende renovaties of sloop-nieuwbouwscenario’s.

  • Fiscale voordelen kunnen gelden voor bepaalde energieleningen of renovatiewerken, afhankelijk van de actuele federale beslissingen en wetten.
  • Voordelen binnen de registratierechten bij ingrijpende energetische renovaties of aankoop van sloop/nieuwbouw (afhankelijk van het gewest) kunnen de totale aankoop- en verbouwingskost verlagen.

De combinatie van lagere energiefacturen, regionale premies en eventuele federale fiscale voordelen maakt investeringen in woningen met energielabel E of F in veel gevallen rendabel binnen 10–20 jaar, en soms sneller bij hoge of stijgende energieprijzen.


Hoe bereken je grofweg de terugverdientijd bij een energielabel E of F?

De terugverdientijd van renovaties bij energielabel E of F hangt af van de totale investering, het premiebedrag, de energieprijzen en het nieuwe energielabel dat na renovatie gehaald wordt, waardoor elke situatie afzonderlijk moet worden doorgerekend.

Door een eenvoudige rekenmethode voor terugverdientijd te gebruiken, kunnen eigenaars van E- en F-woningen snel inschatten of een geplande renovatie financieel interessant is en welke maatregelen prioriteit verdienen.

Welke stappen gebruik je om terugverdientijd in te schatten?

Eigenaars kunnen de terugverdientijd van een renovatiescenario schatten met een gestructureerde aanpak in zes stappen, waarbij het huidige verbruik, de toekomstige besparing en de netto-investering expliciet worden vergeleken.

  1. Bepaal startlabel en verbruik
    • Raadpleeg het EPC-attest om de huidige EPC-waarde in kWh/m².jaar en het geschatte jaarverbruik van de woning met label E of F te kennen.
  2. Stel renovatiescenario op
    • Definieer een pakket maatregelen zoals dak- en muurisolatie, HR-glas en een nieuwe ketel of warmtepomp, met als doel een welbepaald doel-label (bijvoorbeeld D of C).
  3. Vraag offertes op via energiebewustontwerpen.be
    • Verzamel offertes voor dak, ramen, technieken en ventilatie, zodat je de werkelijke kost per maatregel en per aannemer kent.
  4. Trek premies af
    • Gebruik actuele informatie over Mijn VerbouwPremie, Fluvius-premies en leningen om de totale netto-investering te bepalen.
  5. Schat besparing op energiekost
    • Vergelijk het geschatte energieverbruik vóór en na renovatie, bijvoorbeeld van 28.000 kWh naar 14.000 kWh per jaar, en vermenigvuldig dit met de huidige of verwachte energieprijs.
  6. Bereken terugverdientijd
    • Deel de netto-investering door de jaarlijkse besparing om de aantal jaren tot terugverdienen te ramen.

Concreet rekenvoorbeeld

Een concreet rekenvoorbeeld voor een F-woning toont hoe isolatie en ketelvervanging impact hebben op verbruik, kosten en terugverdientijd, zodat eigenaars van E- en F-woningen beter begrijpen welke besparing ze kunnen verwachten.

  • Huidige toestand
    • De woning heeft EPC-label F met een geschat verbruik van ongeveer 28.000 kWh per jaar voor verwarming en warm water.
    • Bij een energieprijs van € 0,25/kWh bedraagt de jaarlijkse energiekost ongeveer € 7.000.
  • Renovatie
    • De eigenaar voert dakisolatie, spouwmuurisolatie, plaatsing van HR-glas en vervanging van een oude ketel door een condensatieketel uit.
    • De bruto-investering voor deze werken bedraagt circa € 40.000.
    • Premies en steun (Mijn VerbouwPremie, Fluvius, eventuele leningen) verminderen de investering met ongeveer € 10.000, waardoor de netto-investering € 30.000 wordt.
  • Nieuwe toestand
    • Na renovatie haalt de woning EPC-label C en een verbruik van ongeveer 16.000 kWh/jaar.
    • De nieuwe jaarlijkse energiekost bedraagt dan ongeveer € 4.000, waardoor een jaarlijkse besparing van ± € 3.000 ontstaat.

De terugverdientijd van deze renovatie bedraagt in dit voorbeeld ongeveer € 30.000 / € 3.000 = 10 jaar, zonder rekening te houden met inflatie of toekomstige energieprijsstijgingen, wat betekent dat hogere energieprijzen de terugverdientijd nog verder verkorten.


Welke stappen volgen eigenaars met label E of F in 2026 het best als actieplan?

Eigenaars of verhuurders met energielabel E of F volgen in 2026 het best een gestructureerd actieplan, zodat ze hun renovatieplicht, premies, technische keuzes en timing goed afstemmen op elkaar en zo onnodige kosten of boetes vermijden.

Dit actieplan voor E- en F-woningen combineert technische analyses, offertevergelijking, premieoptimalisatie en gefaseerde uitvoering, waardoor eigenaars stap voor stap naar een beter label evolueren.

Wat is een praktisch stappenplan?

Een praktisch stappenplan voor eigenaars van E- en F-woningen doorloopt acht logische fases, van diagnose tot nieuw EPC, en zorgt ervoor dat zowel wettelijke verplichtingen als financiële voordelen volledig benut worden.

  1. Controleer je EPC of PEB
    • Controleer of het officiële EPC jonger dan 10 jaar is; laat anders een nieuw EPC opmaken, zodat je met actuele gegevens werkt.
    • Overweeg bij grote onzekerheid of lekkageproblemen een blowerdoortest of energie-audit om verborgen warmteverliezen en verbeterpunten te identificeren.
  2. Analyseer de EPC-aanbevelingen
    • Bestudeer de EPC-aanbevelingen zorgvuldig, omdat ze aangeven welke isolatiemaatregelen en technieken in jouw E- of F-woning de grootste impact hebben.
  3. Contacteer experts via energiebewustontwerpen.be
    • Schakel energie-advies, warmteverliesberekeningen, ventilatieadvies en EPB/EPC-experten in om een technisch en economisch optimaal renovatieplan uit te werken.
  4. Vraag meerdere offertes op
    • Vraag meerdere offertes voor dakisolatie, muurisolatie, ramen, verwarmingsinstallaties, ventilatie, zonnepanelen en batterijen, zodat je prijs, kwaliteit en aanpak kunt vergelijken.
  5. Check alle premies en leningen
    • Raadpleeg de officiële gewestelijke sites en energiebewustontwerpen.be voor een overzicht van Mijn VerbouwPremie, Fluvius-premies en Mijn VerbouwLening, zodat je de netto-investering nauwkeurig kunt inschatten.
  6. Stel een gefaseerd renovatieplan op
    • Plan je renovatie gefaseerd, bijvoorbeeld: Fase 1: dak- en muurisolatie, Fase 2: ramen + nieuwe verwarmingsketel of warmtepomp, Fase 3: ventilatie, zonnepanelen en thuisbatterij.
  7. Plan timing af op renovatieplicht
    • Stem de planning af op de Vlaamse renovatieplicht: bij aankoop van een E- of F-woning moet je binnen 5 jaar naar label D, zodat de belangrijkste werken binnen die termijn vallen.
  8. Laat na renovatie een nieuw EPC opmaken
    • Laat na afronding van de belangrijkste energetische werken een nieuw EPC-attest opmaken als bewijs richting VEKA en als troef bij toekomstige verkoop of verhuur.

Welke diensten en expertises zijn nuttig om van label E/F naar een beter label te gaan?

Om van energielabel E of F naar label C, B of A te evolueren, hebben eigenaars nood aan verschillende technische diensten en expertises, omdat een grondige energetische renovatie zowel bouwfysica, installatietechniek als regelgeving raakt.

Deze professionele onderzoeken en uitvoerende werken verkleinen het risico op verkeerde keuzes, onder- of overdimensionering en misgelopen premies, waardoor de kans groter wordt dat het gewenste nieuwe energielabel effectief behaald wordt.

Welke technische onderzoeken zijn nuttig?

De belangrijkste technische onderzoeken voor E- en F-woningen geven een gedetailleerd beeld van de huidige energetische toestand en vormen de basis voor een gefundeerd renovatieontwerp.

  • Een energie-advies of energie-audit analyseert het actuele verbruik, de gebouwschil en de installaties, en stelt concrete verbetervoorstellen voor met geschatte besparingen.
  • Een blowerdoortest detecteert luchtlekken en infiltratiepunten in de woning, wat nuttig is bij renovatie naar lage-energieniveau of bij luchtdichtheidsproblemen.
  • Een warmteverliesberekening bepaalt de nodige verwarmingscapaciteit per ruimte en is essentieel voor de correcte dimensionering van een warmtepomp of nieuwe ketel.
  • Een ventilatiestudie ontwerpt een passend ventilatiesysteem (C of D) dat voldoende verse lucht en warmtebehoud combineert, conform de huidige EPB-eisen.

Op energiebewustontwerpen.be vinden eigenaars van E- en F-woningen gespecialiseerde aanbieders voor deze studies, waaronder blowerdoortest, EPB en EPC, warmteverliesberekening, ventilatie, asbestinventaris, water- en rioolkeuring, veiligheidscoördinatie en plaatsbeschrijving, die bij grote renovaties wettelijk of praktisch noodzakelijk zijn.

Welke uitvoerende werken horen daarbij?

De uitvoerende werken voor een E- of F-woning beslaan zowel de gebouwschil als de technische installaties, omdat alleen een gecombineerde aanpak toelaat om naar een veel beter energielabel te evolueren.

  • Isolatiewerken aan dak, gevel, vloer en kelder beperken de grootste warmteverliezen en vormen de eerste stap naar een energiezuinige schil.
  • Ramen en buitenschrijnwerk met hoogrendementsglas en luchtdichte plaatsing verbeteren zowel het energieverlies als het thermisch comfort in de woning.
  • Installatiewerken zoals het plaatsen van warmtepompen, warmtepompboilers, airco’s (als koelende warmtepompen), zonnepanelen en thuisbatterijen verlagen het primaire energieverbruik en verhogen het aandeel hernieuwbare energie.
  • Afbraakwerken verwijderen oude constructies en technische installaties die niet compatibel zijn met de renovatiedoelen, wat vooral bij totaalrenovaties van F-woningen aan de orde is.
  • Ventilatieplaatsen omvatten het aanleggen van ventilatiekanalen en toestellen volgens het ventilatieontwerp, zodat de luchtkwaliteit en energieprestatie in balans blijven.

Energiebewustontwerpen.be fungeert als platform waar eigenaars van E- en F-woningen informatie over al deze onderdelen vinden en gratis offertes voor hun renovatieproject kunnen aanvragen, wat helpt om prijzen, kwaliteit en planning te vergelijken.


Hoe verhouden energielabel E en F zich tot toekomstige Europese eisen tegen 2030–2050?

Energielabel E en F staan op gespannen voet met de Europese langetermijndoelstellingen voor de gebouwensector, omdat de EPBD (Energy Performance of Buildings Directive) streeft naar een sterk verlaagde energieconsumptie en klimaatneutraliteit tegen 2050.

Deze Europese eisen voor gebouwenergieprestatie beïnvloeden rechtstreeks de nationale en gewestelijke regels in België, waardoor labels E en F naar verwachting steeds minder aanvaardbaar worden voor verkoop en verhuur in de komende decennia.

Welke Europese doelstellingen sturen de Belgische regels?

De Europese Unie stuurt via de EPBD-richtlijn alle lidstaten, inclusief België, naar een klimaatneutrale gebouwensector tegen 2050, wat betekent dat vooral de slechtst presterende gebouwen met labels zoals E, F en G sterk moeten worden verbeterd of vervangen.

De concrete doelstellingen van de EPBD bepalen dat lidstaten het aantal energieverslindende gebouwen drastisch moeten verminderen en bijna-energieneutrale gebouwen (BEN) en hernieuwbare energie breed moeten stimuleren, wat rechtstreeks doorwerkt in de Belgische regelgeving.

  • De EU streeft naar een zeer lage of nuluitstoot in de gebouwensector tegen 2050, wat renovatie van E- en F-woningen noodzakelijk maakt.
  • De EU wil het aantal “gesloten” of “slecht presterende” gebouwen (meestal labels E, F, G) tegen 2030–2040 sterk verminderen, waardoor nationale overheden minimale eisen en renovatietrajecten moeten invoeren.
  • De EU stimuleert de uitrol van bijna-energieneutrale gebouwen en hernieuwbare energie door richtlijnen, financiële instrumenten en rapportageverplichtingen.

België en zijn drie gewesten vertalen deze Europese energieprestatiedoelen in concrete beleidsmaatregelen zoals verplichte EPC/PEB-certificaten, renovatieplichten zoals de Vlaamse renovatieplicht na aankoop en sterke premies en renovatieprogramma’s, waardoor energielabel E en F in de praktijk steeds moeilijker houdbaar worden.

Het is realistisch dat energielabel E en F in de periode 2030–2050 stap voor stap minder aanvaardbaar worden voor verhuur en verkoop, niet alleen in Vlaanderen maar ook in Wallonië en Brussel, naarmate Europese en Belgische regelgeving verder wordt verstrengd.


Veelgestelde vragen

Is energielabel E of F verboden in 2026?

Energielabel E of F is in 2026 in België niet formeel verboden, maar in Vlaanderen geldt wel een renovatieverplichting na aankoop van een woning of appartement met label E of F, waarbij de eigenaar binnen 5 jaar naar minstens label D moet renoveren, zodat deze slecht presterende gebouwen structureel verbeteren.

In Wallonië en Brussel bestaat geen identieke renovatieban op E- en F-woningen, maar de energie-eisen en programma’s rond EPC-/PEB-certificaten worden wel strenger, waardoor eigenaars ook daar met toenemende druk richting renovatie rekening moeten houden.

Is er een verplichting om energielabel E of F te renoveren in 2026?

De verplichting om energielabel E of F te renoveren in 2026 geldt voornamelijk in Vlaanderen en dan specifiek bij aankoop of gelijkaardige overdracht (erfpacht, opstal) van de woning, omdat de Vlaamse renovatieplicht na aankoop gericht is op transacties.

Bestaande eigenaars van E- of F-woningen zonder recente eigendomsoverdracht hebben in 2026 nog geen algemene renovatieplicht louter door hun label, maar toekomstige regelgeving en Europese druk kunnen deze verplichtingen op termijn verder verstrengen.

Welke boetes riskeer ik met energielabel E of F in Vlaanderen?

Eigenaars van een woning met energielabel E of F in Vlaanderen riskeren boetes van enkele duizenden euro’s per dossier wanneer ze na aankoop niet binnen 5 jaar naar minstens EPC-label D renoveren, omdat de renovatieplicht na aankoop hen bindend verplicht tot een minimale labelsprong.

Deze administratieve geldboetes worden opgelegd door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) en komen bovenop de hoge energiekosten en het waardeverlies van de woning, die in de praktijk meestal zwaarder doorwegen dan de boete zelf.

Hoeveel kost het om van label F naar label D te renoveren?

De kost om van energielabel F naar label D te renoveren bedraagt voor een gemiddelde eengezinswoning meestal tussen € 25.000 en € 60.000, omdat hiervoor vaak meerdere ingrepen nodig zijn zoals isolatie, ramen en vervanging van de verwarmingsinstallatie.

Bij een combinatie van dakisolatie, muurisolatie, ramen en een nieuwe ketel of warmtepomp kan de woning een duidelijke labelsprong maken naar D of beter, terwijl Vlaamse premies en steun de netto-investering vaak met 20–40% verlagen, afhankelijk van inkomenscategorie en gekozen maatregelen.

Welke renovatie levert de grootste verbetering van mijn energielabel op?

De renovatie die de grootste verbetering van een energielabel E of F oplevert is meestal dakisolatie of gevelisolatie in combinatie met vervanging van een oude verwarmingsketel, omdat deze maatregelen de warmtevraag en het primaire energieverbruik sterk reduceren.

Vervanging van ramen naar HR-glas en installatie van een correct ontworpen ventilatiesysteem versterken deze verbetering nog verder, waardoor de woning niet alleen beter scoort op het EPC, maar ook comfortabeler en gezonder wordt voor bewoners.

Kan ik met zonnepanelen alleen van label E naar C gaan?

Met zonnepanelen alleen ga je in de meeste gevallen niet van energielabel E naar C, omdat de EPC-berekening vooral focust op isolatiekwaliteit en verwarmingssysteem, en minder zwaar weegt op eigen elektriciteitsproductie.

Zonnepanelen verbeteren wel de energiefactuur en de totale energiehuishouding van de woning, maar de grootste labelsprongen van E naar C vereisen in de eerste plaats isolatieverbeteringen en een efficiënter verwarmingssysteem, eventueel gecombineerd met PV en warmtepomp.

Hoe weet ik of mijn woning een energielabel E of F heeft?

Je komt te weten of je woning energielabel E of F heeft via het officiële EPC-attest, dat in Vlaanderen door een erkende energiedeskundige wordt opgemaakt en in de EPC-databank is geregistreerd.

In Brussel en Wallonië kan je gelijkaardige informatie vinden via de respectieve EPB-/PEB-registers of via het certificaat dat bij verkoop of verhuur verplicht is; is je attest ouder dan 10 jaar of zijn er grote renovaties gebeurd, dan laat je best een nieuw EPC of PEB opmaken.

Is het interessant om een woning met energielabel F te kopen?

Het kan interessant zijn om een woning met energielabel F te kopen wanneer de aankoopprijs voldoende laag is in verhouding tot de noodzakelijke renovatiekost en beschikbare premies, zodat de totale investering na renovatie marktconform of voordelig blijft.

In Vlaanderen moet je bij aankoop van een F-woning wel rekening houden met de renovatieplicht naar label D binnen 5 jaar, en daarom is het verstandig om vooraf via een expert, bijvoorbeeld via energiebewustontwerpen.be, een renovatie- en kostinschatting te laten opmaken.

Kan ik premies krijgen als mijn woning energielabel E of F heeft?

Eigenaars van een woning met energielabel E of F kunnen in Vlaanderen premies krijgen zodra ze energiebesparende werken uitvoeren, zoals isolatie, ramen, efficiënte verwarming en hernieuwbare energie, ongeacht het startlabel.

Precies bij E- en F-woningen is de premiewinst en energiebesparing het grootst, en eigenaars kunnen gebruikmaken van Mijn VerbouwPremie, Fluvius-premies en leningen zoals Mijn VerbouwLening, waarbij lagere inkomens vaak de hoogste ondersteuning ontvangen.

Waar vind ik betrouwbare offertes en info om mijn E- of F-woning te renoveren?

Betrouwbare offertes en informatie om een E- of F-woning te renoveren vind je op energiebewustontwerpen.be, een gespecialiseerd platform rond EPC, EPB, isolatie, zonnepanelen, warmtepompen, airco, ventilatie, asbestattest, sloopopvolgingsplan, energieadvies, blowerdoortesten, water- en rioolkeuring, veiligheidscoördinatie en plaatsbeschrijving.

Via energiebewustontwerpen.be kun je gratis offertes aanvragen bij erkende uitvoerders en krijg je een overzicht van de laatste premies, richtprijzen en diensten, waardoor je renovatie van energielabel E of F naar een beter label gestructureerd en kostenefficiënt kunt aanpakken.

Table of Contents